Eenzaamheid; een signaal voor uitvaartbegeleiders

12 mei 2018 10:23

Het was een mooie uitvaart. Mooie speech, een gedicht, muziek die paste bij vader. De nazit met rode wijn en bitterballen had iets gezelligs gehad. Eigenlijk een reünie van familie die elkaar niet zo vaak meer zag, omdat iedereen uiteengewaaierd was. Vader en moeder hadden gestimuleerd dat alle kinderen studeerden. Bij dat diploma hoorde ook een carrière en een baan. Alleen woonden de kinderen daardoor nu allemaal in de Randstad. De dochter die het dichtst bij moeder woonde, werkte fulltime op anderhalf uur reisafstand van moeder. Hoewel ze zich groot hield zag moeder duidelijk op tegen het moment om nu helemaal alleen te zijn. ‘Als dat maar goed gaat’ dacht de uitvaartbegeleider toen ze in het crematorium afscheid nam van de familie. Eenzaamheid neemt verder toe in onze geïndividualiseerde en vergrijzende samenleving. Ook uitvaartbegeleiders ervaren dit regelmatig van nabij. Maar wat doen ze met signalen als ze – beginnende – eenzaamheid constateren?

Eenzaamheid, de uitvaartbegeleiders zijn belangrijke signaleerders

Ruim 700.000 ouderen van boven de vijfenzeventig geven aan zich soms eenzaam te voelen. Het aantal ouderen boven die leeftijd stijgt in 2030 tot 2,1 miljoen. Het aantal eenzamen zal dus zeker verder stijgen. De overheid komt daarom met een actieplan ‘één tegen eenzaamheid’ om deze trend tegen te gaan. Het plan voorziet in lokale coalities van veelal zorgpartijen en welzijnsorganisaties die activiteiten moeten ontplooien om eenzaamheid te signaleren en om ouderen te verbinden aan een omgeving waarin ze erbij horen. Van deze coalities maken uitvaartondernemers opvallend genoeg geen onderdeel uit.

Uitvaartverzorgers en eenzaamheidsinterventies

Het actieplan heeft heldere en lovenswaardige ideeën waar uitvaartondernemingen een rol in zouden kunnen spelen. Vanuit hun natuurlijke connectie met nabestaanden rondom een uitvaart zouden zij het denken en het gesprek op gang kunnen brengen over een sociaal rijk of arm leven na het sterven van een dierbare. Indien goed georganiseerd hoeft dat geen zwaar belastende taak te zijn, maar is het veel meer een vorm van maatschappelijk verantwoord en betrokken ondernemen. Mensen wijzen op, of vanuit ervaring afchecken hoe ze hun toekomst voor zich zien of wat hen te wachten kan staan, kan een eerste stap zijn om mensen die achterblijven te activeren. Maar kan evengoed leiden tot een signaal naar andere hulporganisaties om in actie te komen.

Uitvaartondernemers in de Zorgnetwerken

Daarvoor is het nodig dat uitvaartondernemers en sociale zorgnetwerken – die in de meeste gemeenten vanuit de WMO zijn opgetuigd – elkaar beter leren kennen. Als die basis er is, met een beperkte en overzichtelijke tijdsinvestering, is er meer mogelijk dan nu vaak het geval is. De uitvaartondernemer die zo’n netwerk kent en achter de hand heeft, kan het dan inschakelen of ernaar verwijzen bij situaties waar eenzaamheid dreigt. Minimaal en heel basaal kan ook een infopakket met lokale organisaties worden achterlaten, met mogelijkheden waar nabestaanden gebruik van zouden kunnen maken.

Pro-actief contact zoeken

De uitvaartondernemer die deze voorliggende signalerende rol actief invult kan zich door deze serviceverlening onderscheiden. Van twee kanten zou deze publiek-private samenwerking georganiseerd kunnen worden. De beleidsverantwoordelijken die lokale actieplannen tegen eenzaamheid vorm gaan geven en die de waarde herkennen van de contacten van uitvaartbegeleiders bij ouderen bij wie eenzaamheid dreigt. Maar ook de uitvaartondernemer die op eigen initiatief eens belt met een sociaal team in een gemeente met de vraag. ‘Kunnen wij eens praten over wat jullie te bieden hebben voor eenzame nabestaanden die ik in mijn werk tegenkom?’ Uitvaartbegeleiders komen op een natuurlijke manier achter de voordeur. Dat is een uitstekend aanknopingspunt om signalen om te zetten in acties.

Snelle actie

Moeder hield zich groot toen ze thuiskwam na de uitvaart. ‘Maak je geen zorgen’ zei ze tegen haar kinderen, toen ze aan het eind van de middag vertrokken. ‘Ik kom zondag weer langs’, zei haar dochter. Het leek die eerste avond echter extra stil in huis, geaccentueerd door het tikken van de klok, het ritmische geluid dat leek te benadrukken dat ze nu alleen was. Ze kon de slaap niet vatten. Ze zag op tegen de eenzaamheid nu Jan dood was, en ze niets meer had om voor te zorgen. De volgende morgen belde de uitvaartverzorger. ‘Ik merkte toen u wegging dat u ertegen opzag om alleen te zijn.’ Moeder beaamde dat ze het moeilijk vond. ‘U bent lang niet de enige. Er is in uw wijk een netwerk. Als u dat wil kan ik iemand langs sturen om eens samen te praten over de mogelijkheden die er zijn voor mensen zoals u, die alleen achterblijven. Lijkt u dat wat?’

Twee dagen later al kwam de vrijwilliger van de vijfenzeventigplus-huisbezoeken bij moeder op bezoek. De week daarop ging ze mee naar het eetcafé in ‘ het Huis van de Buurt’.

Terug naar overzicht